Hoe u de autoaccu kunt inspecteren

Hoe u de autoaccu kunt inspecteren

Simpele methodes van AUTODOC

  1. Voer een visuele inspectie uit

    • Als er roestvorming te zien is op de accupolen, dient die weggehaald te worden met behulp van een staalborstel en daarna dient er kopervet aangebracht te worden.
    • Als de behuizing ook maar enige vorm van beschadiging vertoont, is het raadzaam om de accu te vervangen.
  1. Bekijk het lampje om na te gaan hoe hoog het elektrolytpeil is

    Verwijder al het stof en vuil van het lampje en kijk welke kleur het heeft:
    • Als het groen is, betekent dit dat het elektrolytpeil in orde is en de accu voldoende opgeladen is.
    • Als het wit is, betekent dit dat de accu bijna leeg is en weer opgeladen dient te worden.
    • Rood betekent dat het zuurgehalte van de elektrolyt toegenomen en het waterpeil gezakt is.
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • Voeg desgewenst gedestilleerd water toe.
  • Draag rubberhandschoenen tijdens het werken met elektrolyt; contact met de huid kan chemische brandwonden veroorzaken.
Bekijk het lampje om na te gaan hoe hoog het elektrolytpeil is
  1. Ga aan de hand van de speciale markeringen op de zijkanten van de accubehuizing na hoe hoog het elektrolytpeil is

    Het elektrolytpeil moet zich tussen de markeringen ‘min’ en ‘max’ bevinden.
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • Voeg desgewenst gedestilleerd water toe.
  • Draag rubberhandschoenen tijdens het werken met elektrolyt; contact met de huid kan chemische brandwonden veroorzaken.
  1. Ga met behulp van een glazen buis na hoe hoog het elektrolytpeil is, indien de accu niet over markeringen ter aanduiding van het peil beschikt
  • NB: Dit geldt uitsluitend voor accu’s waarbij onderhoud mogelijk is.
  • Controleer het elektrolytpeil voor elke cel.
  • Parkeer de auto op een platte ondergrond. Ontdoe de accucellen van stof en vuil.
  • Haal de dop van de cel en breng de buis in.
  • Vul de buis, zodra deze de loodplaatjes aanraakt, en haal hem eruit.
  • Doe het dopje weer op de cel.
  • De hoogte van de elektrolyt in de buis geeft aan hoe hoog het peil in de accu is.
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • Voeg desgewenst gedestilleerd water toe.
  • Draag rubberhandschoenen tijdens het werken met elektrolyt; contact met de huid kan chemische brandwonden veroorzaken.
Voeg desgewenst gedestilleerd water toe
  1. Controleer de dichtheid van de elektrolyt

    • Parkeer de auto op een platte ondergrond. Ontdoe de accucellen van stof en vuil.
    • Haal de dop van de cel en breng de buis van de zuurweger in.
    • Neem een volledig staaltje van de elektrolyt met de zuurweger. De drijver dient ongehinderd op de vloeistof te kunnen drijven.
    • De waarde waar de elektrolyt samenkomt met de schaalverdeling van de drijver geeft de dichtheid van de elektrolyt weer.
    • Giet de elektrolyt voorzichtig terug de accu in.
    • Doe het dopje weer op de cel.
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • NB: Dit geldt uitsluitend voor accu’s waarbij onderhoud mogelijk is.
  • Controleer de dichtheid van de elektrolyt voor elke cel.
  1. Meet de accuspanning door met behulp van een voltmeter of een multimeter

    Zet de multimeter in de meetmodus voor gelijkstroom en stel het bereik in op 20 volt.
    Sluit de zwarte sonde van de multimeter aan op de negatieve accupool en de rode op de positieve pool. Lees de waarde af van het scherm van de multimeter.
    • Als de accu volledig opgeladen is, dient de spanning boven de 12,6 volt te liggen. Een spanning van onder de 12,6 volt geeft aan dat de accu voor minder dan 50% opgeladen is.
    • Als de accuspanning lager ligt dan 11,6 volt, betekent dit dat de accu volledig ontladen is.
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • Reinig de accupolen indien nodig met een staalborstel alvorens ze te controleren.
Meet de accuspanning door met behulp van een voltmeter of een multimeter
  1. Controleer het laadniveau van de accu met behulp van een accutester
  • Zorg ervoor dat de accupolen ontkoppeld zijn.
  • Reinig de accupolen indien nodig met een staalborstel alvorens ze te controleren.
  • De accu dient gedurende 6 tot 8 uur voorafgaand aan de controle niet gebruikt te zijn.
  • Voer de controle alleen dan uit als het elektrolytpeil normaal is.

Sluit de sondes aan op de positieve en negatieve accupool:

  • Meet de accuspanning door zonder belastingsweerstand.
    • De autoaccu is 100% opgeladen als de waarde tussen de 12,6 en 12,9 ligt.
    • De autoaccu is ontladen als de waarde onder de 11,5 ligt.
  • Herhaal de meting een paar keer.
  • De controle dient niet langer dan 6 tot 10 seconden te duren.
  • Neem 3 tot 5 minuten onderbreking tussen de metingen in acht.
  • Meet de accuspanning door met belastingsweerstand.
    • De autoaccu is 100% opgeladen als de waarde boven de 10,2 ligt.
    • De autoaccu is volledig ontladen als de waarde onder de 7,8 ligt.
[Totaal:    Gemiddelde:  /5]