Wat voor soort banden kan ik het beste nemen voor mijn auto?

Wat voor soort banden kan ik het beste nemen voor mijn auto?

  1. Aanbevelingen van de autofabrikant.
    Lees de gebruiksaanwijzing voor uw voertuig door.
    Belangrijke informatie over uw banden kan ook op een sticker vermeld worden die u op de volgende plekken kunt vinden:
    • op de tankklep;
    • op de deurstijl;
    • op de deurpost aan de bestuurderskant;
    • op de klep van het dashboardkastje.

  2. Jaargetijde en weersomstandigheden.
    Houd rekening met de weersomstandigheden in de omgeving waar u de auto gebruikt.
    Winterbanden dragen de aanduidingen M + S (Mud + Snow), M & S, MS of Winter, of een beeldteken van een sneeuwvlokje.
    Een zonnetje of helemaal geen teken wil zeggen dat het om een zomerband gaat.
    Allseasonbanden zijn te herkennen aan de aanduidingen AS (Any Season, All Seasons), R + W (Road + Winter), AW (All Weather, Any Weather).

  3. Bandenmaat.
    Koop alleen banden waarvan de maat strookt met de aanbevelingen van de fabrikant.
    U kunt ook gewoon banden kopen die dezelfde afmetingen en kenmerken hebben als de huidige banden op uw voertuig.
    3.1 Breedte.
    Houd er rekening mee dat de optimale bandenbreedte voor elk model afzonderlijk berekend wordt, uitgaande van het gewicht en het vermogen van het voertuig, en bepaalde beperkingen kent.
    De voordelen van brede banden:
    • beter rijgedrag bij hoge snelheden;
    • betere wegligging;
    • betere acceleratie;
    • kortere remweg voor zomerbanden op droge wegen;
    • kortere remweg voor winterbanden op natte wegen.

    De nadelen van brede banden:
    • hogere gewicht van de wielen;
    • hogere kans op aquaplaning;
    • langere remweg voor zomerbanden op natte wegen;
    • hoger brandstofverbruik;
    • hogere belasting van het drijfwerk;
    • duurder in de aanschaf.

    3.2 Profieldiepte.
    Houd er rekening mee dat de optimale profieldiepte voor elk model afzonderlijk berekend wordt, uitgaande van het gewicht en het vermogen van het voertuig, en bepaalde beperkingen kent.
    De voordelen van banden met een laag profiel:
    • beter rijgedrag bij hoge snelheden;
    • betere wegligging;
    • betere acceleratie;
    • kortere remweg.

    De nadelen van banden met een laag profiel:
    • minder comfort voor de bestuurder en de passagiers;
    • hogere belasting van het ophangingssysteem;
    • hoger brandstofverbruik.

    3.3 Velgdiameter.
    Houd er rekening mee dat de optimale velgdiameter voor elk model afzonderlijk berekend wordt, uitgaande van het gewicht en het vermogen van het voertuig, en bepaalde beperkingen kent.

  4. Snelheidsindex.
    De maximale toegestane rijsnelheid wordt aangeduid met de Latijnse hoofdletters A tot Y, waarbij A voor de laagste waarde staat (40 km/u) en Y voor de maximale (300 km/u).

  5. Belastingsindex.
    Het maximale draagvermogen van een wiel kan aangeduid worden door een getal tussen de 60 en 129. Het vermelde getal staat voor een bepaald gewicht in kg.

  6. Loopvlakpatroon.
    Houd rekening met de omstandigheden waarin uw voertuig gebruikt wordt.
    Banden met asymmetrisch en niet-richtingsgebonden patroon zijn geschikt voor een rustige rijstijl. Ze zijn betaalbaar, hebben evenwichtige kenmerken en kunnen op beide wielen van een as gemonteerd worden.
    Banden met een richtingsgebonden patroon zijn evenwel onmisbaar in regenachtige gebieden. Ze zijn in hoge mate bestand tegen aquaplaning.
    Banden met een asymmetrisch loopvlak zijn geschikt voor een sportieve rijstijl. Ze zijn het wendbaarst en waarborgen de stabiliteit van voertuigen tijdens het rijden op zowel natte als droge ondergronden.

  7. Met/zonder binnenband.
    Kies voor banden die dezelfde kenmerken hebben als de banden die u eerder onder uw voertuig zaten.
    Banden met binnenband worden aangeduid met ‘TUBE TYPE’ (TT); en exemplaren zonder binnenband met ‘TUBELESS’ (TL).

  8. Temperatuurbereik (bestendigheid tegen hitte die bij hoge snelheden ontstaat).
    Dit wordt gewoonlijk aangeduid door middel van de hoofdletters A, B en C waarbij A het beste is.

  9. Brandstofefficiëntieklasse.
    Hiervoor worden de hoofdletters A t/m G gebruikt, waarbij A voor de hoogste mate van efficiëntie staat.

  10. Rolgeluid (geluidsniveau).
    Meestal wordt dit kenmerk aangeduid met een beeldteken bestaande uit geluidsgolven. Eén golf wil zeggen dat het door deze band veroorzaakte lawaai minstens 3 dB onder de voorgeschreven grenswaarden ligt, twee golven dat de band er gelijk aan is en drie dat de band de waarde overschrijdt.

  11. Mate van grip op nat wegdek.
    Dit wordt aangeduid met behulp van de hoofdletters A t/m F, waarbij A voor de kortste en F voor de langste remweg staat.

  12. Productiedatum.
    Normaal gesproken bestaat dit uit vier cijfers: de eerste twee cijfers duiden op de productieweek en de laatste twee op het jaar.

  13. Maximale bandenspanning.
    Deze waarde wordt vastgesteld door de autofabrikant.
    Het bestaat uit een getal en maateenheid.
    Eventuele gevolgen van een te lage spanning:
    • oververhitting van de banden;
    • al te snelle loopvlakslijtage;
    • vernieling van het karkas;
    • toename van het brandstofverbruik;
    • verslechtering van de stuurbaarheid;
    • kans op beschadiging van de velg.

    Eventuele gevolgen van een te hoge spanning:
    • slijtage in de buurt van het middelste gedeelte van het loopvlak;
    • vernieling van de gordel;
    • versnelde slijtage aan de ophanging;
    • verlenging van de remweg;
    • kans op een klapband;
    • verslechtering van de wegligging.

  14. Stijfheid van banden.
    Stijvere banden zijn beter bestand tegen slijtage. Zachtere exemplaren kennen echter een betere grip.

  15. Fabrikant.
    Geef de voorkeur aan banden van gerenommeerde merken: die gaan langer mee.
    Naast hun productievestigingen en testlocaties beschikken de grotere fabrikanten over eigen onderzoekscentra waar ze de mogelijkheid hebben om innovatieve technologieën te ontwikkelen en te verwezenlijken.

  16. De plaatselijke wetgeving.
    Ga na of het in uw woonland toegestaan is om:
    • winter- en zomerbanden op sneeuw, ijs en sneeuwbrij en bij omgevingstemperaturen onder de nul te gebruiken;
    • spijkerbanden onder uw voertuig aan te brengen;
    • sneeuwkettingen om de banden te leggen;
    • op banden met een profieldiepte van minder dan 4 mm te rijden.

Bent u van plan banden uit te zoeken en te kopen? Klik op de link: Banden van AUTODOC
[Totaal: 0   Average: 0/5]