Hoe u de motorkoelingsventilator kunt inspecteren

Hoe u de motorkoelingsventilator kunt inspecteren

 Hoe u een mechanische koelventilator kunt inspecteren 

  1. De aandrijfriem van de koelventilator inspecteren.
    Vervang de riem als u sporen van smeermiddel op de riem waarneemt.
    Vervang hem ook als u tekenen van breuken of slijtage opmerkt.
  2. De spanning op de aandrijfriem en de staat van de spanrol nagaan.
  3. Het lager van de koelventilator inspecteren.
    Zet de motor uit en breng de ventilator handmatig aan het ronddraaien. Hij dient gelijkmatig te bewegen.
    Vervang het lager indien de ventilator niet soepel ronddraait of er verslapping zichtbaar is. Bepaalde lagers dienen als assemblage te worden vervangen.
    Span de riem strakker aan als er sprake is van speling.
    Vervang de spanrol als deze defect is.
  4. De visco-koppeling van de ventilator inspecteren.
    Draai de schoepen van de ventilator terwijl de motor uit staat, en controleer op axiale speling. Er mag zich geen weerstand, traagheid noch speling voordoen.
    Verwijder het onderdeel indien u een van deze tekenen van een mankement aan de visco-koppeling van de ventilator waarneemt. Verwarm de koppeling door deze minstens 10 minuten in kokendheet water te leggen.
    Haal het verwarmde onderdeel er voorzichtig uit en probeer er een paar omdraaiingen mee te maken. Breng siliconenolie aan op de visco-koppeling als er geen toename van de weerstand te bespeuren is. Vervang de visco-koppeling van de ventilator als deze niet kan worden onderhouden.

 Hoe u een elektrische koelventilator kunt inspecteren 

Opgelet! Ontkoppel altijd eerst de negatieve accupool voordat u begint met het diagnosticeren van een elektrische ventilator.
  1. Nakijken of er een zekering doorgebrand is. Vervang deze in dat geval.
  2. Het relais inspecteren.
    Vervang dit als u enige vorm van roet of roestvorming hierop waarneemt.
  3. Nagaan of het relais degelijk werkt.
    Bekijk het schema van de relais en zekeringen. Spoor daarop het relais van de koelventilator en de bijbehorende nominale weerstandswaarde op.
    Sluit de multimeter aan op het relais van de koelventilator en controleer de huidige weerstandswaarde.
    Vervang het relais indien de huidige weerstandswaarde niet overeenkomt met de nominale.
  4. De bedrading van de koelventilator inspecteren.
    Vervang de bedrading als deze beschadigd is.
  5. De koelvloeistoftemperatuursensor inspecteren.
    Zet hiervoor de motor aan, laat de koelvloeistof opwarmen tot 80–95°C en zie dan na of de ventilator ingeschakeld werd.
    Vervang de koelvloeistoftemperatuursensor indien de ventilator niet ingeschakeld werd.
  6. De stekkers inspecteren.
    Behandel de stekkers met spray voor elektrische contacten als ze verroest zijn.
  7. De elektrische aandrijving inspecteren door de ventilator aan te zetten.
    Ontkoppel de klemmen van de temperatuursensor en zet de motor aan – de ventilator zou nu moeten werken.
[Totaal:    Gemiddelde:  /5]